Monthly Archives: January 2009

Gelaagd schilderen

verfjes1

Diepte- en licht werking ontstaan juist door het over elkaar heen aanbrengen van meerdere lagen verf, met als gouden regel: ‘vet over mager’

Schildert u de lagen van dik naar dun (mager over vet), dan kan uw verf gaan scheuren,  zogenaamde craquelé of krakeleren.

De eerste laag schildert u olieverf verdunt met terpentine, de volgende lagen schildert u met pure verf en/of verdund met medium of lijnolie om de verf vetter en/of vloeibaarder te maken, dus makkelijker smeerbaar om details aan te brengen en tevens om de hechting op de onderliggende lagen te verbeteren.

Kleurencirkel

kleurencirkel Johannes Itten

Kleurencirkel Johannes Itten.
Kleuren bestaan uit warme en koude kleuren.

Warme kleuren zijn de kleuren die in het rode deel van de kleurencirkel liggen. Geel, rood, en oranje zijn warme kleuren. De koude of koele kleuren zijn groen, paars en blauw.

Mengt men bij een warme kleur geel wat van koud paars, dan wordt het geel koeler, deze kleur kunt u ook gebruiken  om de schaduwkleur van geel aan te geven. Mengt men te veel, dan worden kleuren als snel vuil, z.g. grijskleuren.

Om kleuren te omschrijven worden ze benoemd, als kleurtoon, verzadiging of grijswaarde.

De kleurtoon (hue) Een kleur wordt aangeduid met de term kleurtoon (kleursoort). Dit is de kleur die wij zien, de kleur van de kleur zelf; bijvoorbeeld geel.

De grijswaarde van een kleur (value) Dit is de toonwaarde van een kleur, die u kunt zien, als u uw ogen een beetje dichtknijpt, of als u van uw onderwerp een zwart/wit fotokopie zou maken. Dan vervagen de kleuren in zwart/wit en grijstonen, daarmee kunt u licht en donker goed onderscheiden of tewel de value van uw schilderij.

Verzadiging (Chroma of saturation) Dit duidt de zuiverheid en puurheid van een kleur. Een zuivere kleur heeft zijn volste, sterkste en meest expressieve kleurkarakter. Naarmate een kleur minder grijs bevat en naarmate de kleursterkte toeneemt, is de kleur het puurste, tenzij (vooral bij de kleur blauw) oververzadiging optreedt.

Kleuren met een lage verzadiging zijn fletser dan kleuren met een hoge verzadiging. Zwart-witfoto’s hebben een verzadiging van nul. De verzadiging is onafhankelijk van de tint en de intensiteit.

Diep groen is verzadigd, een groene weide is onverzadigd groen.

Kleurcontrast ontstaat als u blauw en oranje, rood en groen, en geel en paars naast elkaar gebruikt. Dit zijn de contrasterende kleuren op de kleurencirkel. Deze kleuren geven uw schilderij een bont en levendig aanzien, denk aan feestartikelen en vlaggetjes.

Licht donker contrast Dit contrast ziet u als u licht naast donker gebruikt. Bijvoorbeeld, zwart naast wit.

Koud/warmcontrast. Rood, oranje en geel zijn de warme kleuren; blauw-groen, blauw en paars zijn de koude kleuren.

Complementair contrast. Dit zijn alle combinaties van kleuren die in de cirkel precies tegenover elkaar liggen bijv. paars tegenover oranje.

div183

N.B. Uitleg over de kleurencirkel.

Johannes Itten ontwikkelde dit kleurenwiel in de jaren dertig van de vorige eeuw.
Het is samengesteld uit 12 pure kleuren.

In het midden van de cirkel vinden we eerst de drie primaire kleuren: geel, rood en blauw.
Daarnaast komen de secundaire kleuren, die ontstaan door 2 primaire kleuren te mengen. Geel en rood geven bijvoorbeeld oranje.
In de buitenste ring vinden we naast de primaire en secundaire kleuren ook de tertiaire kleuren. Die ontstaan door een primaire kleur te mengen met een secundaire kleur. Geel en oranje geven bijvoorbeeld geeloranje.

Glaceren

Glaceer techniek (schilderen in zeer dunne transparante kleur lagen) De reden om een glacis laag aan te brengen is: Om meer kleur evenwicht te verkrijgen, of de toon waarde van een schilderij te veranderen of het  verdiepen van de transparante tinten.
Meestal wordt een glacis aangebracht in een traditioneel geschilderd werk.  Alleen transparante of semi-transparante kleuren komen in aanmerking om daarvoor te gebruiken.


Onder schildering van licht en donkerpaars en wit, met daaroverheen een glacis van geel en rood gezet.

Hoe verdunt u de verf? Met terpentijn of standolie of glaceer medium. Deze mediums zijn vetter dan schilders medium en laten de verf uitvloeien zonder penseelstreek.

Schilderen in transparante lagen met sterk verdunde olieverf is goed mogelijk, zolang u door die transparante laag geen witte verf mengt. Wit maakt elke verf namelijk dekkend!
Daarom kunt u verven om te glaceren niet mengen met wit, want zelfs zeer transparante kleuren als phtaloblauw  en andere phtalokleuren of alizarin crimson worden met wit gemengd dekkend. U voegt pas wit toe aan de laatste laag.

Als u de onderschildering in lichtgrijs (voor de lichte partijen) en donkergrijs ( waar de schaduwen en de donkere partijen zijn) opzet, kunt u na droging van deze laag bijvoorbeeld een transparante rode laag aanbrengen. Deze laag moet eerst drogen, anders gaat de dunne glacis laag die u er daarna opbrengt inschieten.

De monochrome onderschildering, bedoeld om de vormen en schaduwen weer te geven, neemt de volgende lagen niet in zich op, waardoor de kleuren helder blijven.

Met het schilderen van een glacis laag bereikt u een helder en lichtgevend effect. De laatste laag is heel transparant, daarin maakt u gebruik van de onderliggende lagen.

U gebruikt dan veel medium, met slechts een beetje kleur erin. Op deze manier verrijkt en verdiept u het oppervlak van het schilderij.

Voor een gelaagde techniek is het wenselijk dat de verf lang vloeibaar is, daarom verdunt u met medium of terpentijn (terpentijn is geen terpentine daar spoelt u de vuile kwasten mee)
Verdunt u met terpentijn dan wordt de verf mager. Hoe meer u verdunt, hoe magerder de verf wordt.

Verdunt u de verf met lijnolie dan wordt de verf vet.

U dient nog steeds het principe van vet over mager schilderen in gedachten te houden.
Kijk op de pagina gelaagd schilderen.

Olieverf structuren

Sgrafitto is het afschrapen van verf om structuur te maken. Elk voorwerp van uw keuze kan hiervoor worden gebruikt, van kammen tot creditcards. Zelfs met vingernagels krijgt u structuur. Ook de achterkant van een penseel wordt vaak gebruikt om verf weg te schrapen.

Afdrukken van voorwerpen kunnen ook structuur maken. Allerlei objecten kunnen hiervoor gebruikt worden.

U kunt objecten in de verf duwen, of over de verf trekken, het effect wat hiermee bereikt wordt is natuurlijk afhankelijk van de dikte van de reeds opgebrachte verf en de druk die u uitoefent.

Dempen als een penseel of een paletmes met een klein beetje verf over het oppervlak van een al droge verlaag wordt getrokken, zal het vasthechten aan de reeds bestaande structuur van uw schilderij. Dit kan erg mooi zijn om de structuur van een boomschors of steen uit te drukken. Ook is het vaak bedoeld om iets te harde of overheersende kleuren van de onderlaag te dempen. Zo kunt u het een en ander wat verzachten. Dit proces kan vele malen herhaald worden, met steeds een andere kleur om een levendiger beeld te krijgen.

Structuur kan ook worden verkregen door een klein beetje verf op een verder droog penseel te doen. (Eerst verf pakken met uw penseel en daarna afdoen aan een lap) Net als bij het dempen krijgt u een gebroken kleur.

Impasto

Impasto is de term die is gegeven aan verf die zo dik is opgebracht, dat u de randen en paletmes streken nog goed kunt zien. Het geeft een schilderij een driedimensionaal uiterlijk.